EQ: Wat doet Omega-3?

Wat doet omega 3 in je lijf en waarom is het zo belangrijk?

Omega 3 vetzuren zijn bouwstenen voor je celmembranen. Cellen zijn opgebouwd uit een celkern, waarin zich je DNA bevindt. Binnen de cel zijn allerlei specifieke orgaantjes (organellen) die functies binnen de cel uitoefenen. Welke functies dat zijn, is afhankelijk van het type cel. Spiercellen hebben een andere functie dan levercellen, darmcellen, botcellen of hersencellen. De genen in het DNA sturen deze processen aan. De buitenkant van elke cel bestaat uit een dubbele laag vetten: de celmembraan. Hoe hoger het percentage omega 3 vetzuren in deze celmembraan, hoe flexibeler de cel.

Zorg voor je cellen

Deze mate van flexibiliteit is van groot belang. Ten eerste, omdat het transport van voedingsstoffen over deze celmembraan naar de cel toe dan veel gemakkelijker gaat: de celorgaantjes worden dus veel gemakkelijker voorzien van specifieke voedingsstoffen, die voor het functioneren van de cel essentieel zijn. Bij het uitoefenen van de cel ontstaan afbraakproducten vanuit de stofwisseling. Hoe meer omega 3 in de celwand, hoe beter deze afbraakproducten afgevoerd kunnen worden. Een starre celwand met weinig omega 3 erin, wordt dus moeilijker gevoed waardoor het minder goed functioneert. Bovendien stapelen afvalstoffen en vrije radicalen zich op in de cel, waardoor er sneller DNA schade ontstaat. Dit verkort de levensduur van de cel.

Hormonen

Ook receptoren voor hormonen liggen in de celmembraan. Denk bijvoorbeeld aan de schildklier-, insuline, vitamine D, cortisol of oestrogeen-receptoren. Als de celwand flexibeler is, kunnen deze receptoren veel gemakkelijker contact maken met het betreffende hormoon. Dit is een voorwaarde voor een vlekkeloze hormonale functie. Want een hormoon kan pas zijn werk doen, nadat het contact heeft gemaakt met zijn receptor (als een sleutel in een slot). In de kPNI noemen we dit mechanisme; ‘adaptogene capaciteit’; ofwel ‘de mogelijkheid tot aanpassen’ (in het engels: ‘to adapt’). De cellen kunnen zich dus makkelijker aanpassen bij wisselende omstandigheden; ze zijn dus letterlijk flexibeler geworden in hun functie.

Stel, je lichaamstemperatuur neemt af.. Dan geeft de schildklier d.m.v. schildklierhormonen toestemming aan de cellen om de verbranding op te stoken. Bij deze verbranding ontstaat energie en warmte. Een gebrek aan ‘adaptogene capaciteit’ leidt ertoe dat het lichaam zich niet goed kan aanpassen aan de kou, waardoor je je koud voelt. Omega 3 vetzuren verbeteren deze aanpassingsmechanismen, doordat ze de celwanden soepeler maken: de receptor kan hierdoor makkelijker het schildklier- of welk ander hormoon ook vinden.

Belangrijk bij groei

De concentratie omega 3 vetzuren is vooral erg hoog in de hersenen, de ogen en de bloedvaten. Voor, tijdens en na de zwangerschap is het van groot belang dat het omega 3 gehalte in het lichaam van de moeder ruimschoots voldoende is. Voor de groei van de hersenen en de ogen van de ongeborene is veel omega 3 nodig. Het kind zal de voorraad van de moeder leeg trekken. Bij de moeder heeft dit vaak tot gevolg dat ze symptomen van vergeetachtigheid (zwangerschapsdementie) krijgt, of erger: post-natale depressie. Bij het kind is een lage beschikbaarheid van omega 3 vetzuren gecorreleerd aan ADHD, ADD, dyslexie en autisme.

Ontstekingen en meer

Het gehalte aan omega 3 vetzuren in het bloedvatenstelsel is van groot belang voor de flexibiliteit van de vaten; hoe soepeler, hoe minder weerstand het hart ondervindt bij elke hartslag. Dit resulteert in een lagere bloeddruk. Hart- en vaatziekten ontstaan door een chronische lage ontstekingsgraad in het bloed. De ontstekingsremmende eigenschappen van omega 3 vetzuren remmen ontsteking in de vaatwand. Bovendien verlagen omega 3 vetzuren het totaal cholesterol en ‘slechte’ LDL cholesterol, en verhogen ze het ‘goede’ HDL cholesterol. Deze combinatie van effecten maakt, dat een hoog gehalte aan omega 3 vetzuren een belangrijke bijdrage levert aan de preventie van hart- en vaatziekten.

De ontstekingsremmende eigenschappen van omega 3 vetzuren maken ze niet alleen van belang in de behandeling en preventie van hart- en vaatziekten, maar ook voor arthrose en arthritis, rheumatoïde aandoeningen en andere auto-immuunziekten (Hasjimoto, MS, Crohn, Colitis) en aandoeningen van het zenuwstelsel (Alzheimer, Parkinson, ALS).